15 mei 2013

Uitgelicht: NEN3140, beheer van elektrotechnische inspecties

Elektrische installaties en elektrische arbeidsmiddelen moeten worden beheerd om de veiligheid ervan te waarborgen. Op diverse plaatsen, waaronder het Bouwbesluit en het Arbobesluit worden eisen gesteld aan het beheer van elektrische installaties. Voor het beheer van elektrische installaties is een Nederlandse norm: de NEN3140, Bedrijfsvoering van elektrische installaties. In deze norm komen  diverse aspecten van het beheer van installaties aan de orde, waaronder bediening, inspectie en werkzaamheden aan de installaties.

Wettelijk kader
In  het Arbobesluit (onder andere artikel 3.4 en 3.5) en vanuit het Bouwbesluit wordt vrij specifieke eisen gesteld aan het beheer van elektrische installaties. Er wordt echter niet rechtstreeks naar de NEN3140 verwezen. De NEN 3140 werd voorheen wel specifiek genoemd in een beleidsregel op basis van artikel 3.5 van het Arbobesluit waarin werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden geregeld zijn, die aan en in de nabijheid van elektrische installaties worden verricht. Met het vervallen van de beleidsregels is de grondslag van de verplichtende werking van de NEN 3140 echter niet vervallen: zowel de handhavers van de overheid (o.a. inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie) als verzekeraars houden de voorschriften uit de NEN3140:2011 aan bij handhaving en contractvorming, mede omdat deze nauw aansluit bij de eerder genoemde eisen uit het Arbobesluit en Bouwbesluit. Dat betekent dat wanneer niet aan de norm wordt voldaan, de eigenaar van een gebouw bij een calamiteit (brand, persoonlijke ongevallen) aansprakelijk zal worden gesteld. De NEN3140 wordt ook in een groot aantal Arbocatalogi genoemd. In het bouwbesluit wordt expliciet genoemd dat de veiligheid van elektrische installaties een verplichting is van de eigenaar van een gebouw.

Samenvatting van de verplichtingen
In de NEN3140 worden zowel de technische als de organisatorische aspecten van de bedrijfsvoering van elektrische installaties beschreven.
  • Er moet een risico-inventarisatie ten aanzien van het te voorziene gebruik van de installaties aanwezig zijn. 
  • Op basis van die risico-inventarisatie in het veiligheidshandboek onder meer vastgelegd:  
    • Aanwijsbeleid vanuit de bestuurder van de organisatie. Een organisatie moet schriftelijk iemand aanwijzen die verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering van de elektrische installaties. Deze persoon moet een (omschreven) opleidingsniveau hebben. De aangewezen installatieverantwoordelijke kan iemand uit de eigen organisatie zijn, maar ook iemand van een onderhouds-/installatiebedrijf.
    • Frequentie van de periodieke herinspecties van installaties en arbeidsmiddelen. Op basis van de risico's door het soort installaties, de omgeving en de gebruikers, wordt een inspectiefreqentie bepaald.
    • Benodigde opleiding en instructies van de bij de installaties betrokken personen. Dit is met name van toepassing als een organisatie deze zaken binnen de eigen organisatie borgt.
    • Organisatorische maatregelen voor het borgen van een installatie die aan de veiligheidseisen voldoet.
Aqus kan u op alles aspecten van het beheer van elektrische installaties ondersteunen: het uitvoeren van een risico-inventarisatie, het opstellen van een beheerhandboek en het uitvoeren van inspecties.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten