29 oktober 2012

Van conditiegestuurd naar risicogestuurd onderhoud


De laatste jaren wordt de NEN2767 vaak gebruikt als basis voor het opstellen van een meerjarenbegroting voor onderhoud en vervanging van installaties. Discutabel daarbij is vaak de conditie die een installatiedeel moet hebben.  Veelal wordt dan maar geroepen dat alle installaties te allen tijde tenminste conditiescore 3 (redelijk) moeten hebben. Maar is dat nou wel handig?
Wellicht is in sommige gevallen wel een (veel) betere conditie gewenst met het oog op hoge continuïteitseisen en/of grote gevolgen bij uitval. In heel veel andere situaties zal het in conditie 3 houden van een object onnodig hoge kosten tot gevolg hebben voor preventief onderhoud of voortijdige preventieve vervanging. Terwijl dat misschien helemaal niet nodig is. Klik op meer lezen om verder te lezen of hier om het artikel als PDF te downloaden.

Voor installaties waaraan hoge eisen of grote risico’s hangen in termen van veiligheid of (gevolg)kosten bij uitval, is zonder meer een andere wijze van onderhoudsbesturing gewenst dan de genoemde norm, met name omdat de NEN2767 in grote mate voorbij gaat aan de criticiteit van sommige gebreken voor de functionaliteit van installaties. Zo ziet de NEN2767 vervuiling van een condensor van een koelmachine als een gering gebrek. Echter vervuilding, die vaak inderdaad wel goedkoop en eenvoudig weer te verwijderen is, kan een enorme impact hebben op het functioneren van de installatie. Dat is wellicht niet zo’n ramp voor een comfortinstallatie in een kantoor. In een datacentrum kan diezelfde vervuiling echter desastreus zijn en tot een zeer grote schade leiden.  Een meer op risico en functionaliteit gerichte wijze van onderhoudsbesturing is hier vereist. Maar welke installaties en installatiecomponenten herbergen eigelijk de grootste risico’s?

FMECA
Een installatie is in de meeste gevallen een keten waarin de zwakste schakel de betrouwbaarheid van het geheel bepaalt. De Failure Mode Effects and Criticality Analysis (FMECA) is een gestructureerde kwantitatieve methode om effecten van falen van componenten en installaties te bepalen. Het is een methode die afkomstig is uit de industrie/luchtvaart. De methode is echter goed toepasbaar in de gebouwde omgeving, maar is wel wat uitvoerig en complexer dan meestal nodig is voor deze toepassing. Dat heeft ons ertoe aangezet om een eenvoudiger variant van de FMECA te ontwikkelen. De terminologie is aangepast en verduidelijkt voor deze toepassing.

Het uitvoeren van een FMECA bestaat grofweg uit drie stappen. Je begint met een zogenaamde ‘breakdown’. Je deelt de te beoordelen systemen op in onderdelen, zodanig dat het nog zinvol is deze te beoordelen. Vervolgens bepaal je per onderdeel op welke wijze ze kunnen falen. Per onderdeel kunnen meerdere faalwijzen voorkomen.
Daarna ken je kans en effectscores toe aan de onderdelen en zet je ze op volgorde van hoge naar lage risicoscore. Wat ontstaat is een lijst met alle onderdelen waarbij de hoogste risico’s bovenaan staan. De derde stap bestaat uit het per risico beoordelen of maatregelen ter verkleining van het risico nodig zijn. Daarmee begin je uiteraard bij de items met de hoogste risicoscore. De afweging daarbij is of de benodigde financiële middelen voor het verkleinen van het risico opwegen tegen de gepercipieerde waarde van het risico.

‘Breakdown’
Niet anders dan bij de uitgebreide variant van de methode, deel je het te beschouwen systeem of de systemen op in componenten. Je zoekt daarbij naar opdeling tot het niveau waarop het nog zinvol is om componenten te beschouwen. Een goed richtsnoer daarbij is dat de breakdown beperkt moet worden tot het niveau waarop je individuele onderdelen zou vervangen bij een defect. Dat niveau is vaak weer economisch bepaald. Door kosten voor diagnose en arbeidskosten is het vaak niet zinvol om kleinere onderdelen te vervangen of te repareren. In het voorbeeld hieronder zijn als voorbeeld de kleinste individueel te beschouwen onderdelen onderstreept. Daarbij wel de opmerking dat dit een voorbeeld is en dat dit per object (merk, type, omvang) sterk kan verschillen.



Vereenvoudigde breakdown voor een koelinstallatie

-          Koelmachine
o   Elektromotor.
o   Compressor.
§  Blok.
§  Zuigers.
o   Besturing.
§  Printplaat x
·         Component a
·         Component b
·         Component c
·         ......
§  Printplaat y
·         Component d
·         Component e
·         Component e
·         .....
§  Bedienpaneel
-          Condensor
o   .......
-          Leidingennet
o   Pompen
§  ......
o   Kleppen
§  .....
§                
o   Buistracé
§  Beugels
§  Isolatie
§  Buis

 





























   

Risicoscore
Voor elk van de componenten die je in je analyse beschouwt ga je de risicoscore bepalen. Dat doe je door drie factoren vast te stellen en met elkaar te vermenigvuldigen.
1.       Het effect van falen.
2.       De kans dat de component faalt.
3.       De kans dat je het falen tijdig ontdekt, dat wil zeggen, voordat de effecten zijn opgetreden.
De scores per factor liggen tussen 1 en 5 en zijn hieronder per factor toegelicht.

Ernst
Dit betreft het ernstigst mogelijke gevolg van falen van een installatie of installatiedeel. Deze geef je op basis van onderstaande opsomming een score tussen 1 en 5.
5. Grote kans op overlijden of zware verwondingen.
4. Zeer grote financiële schade, kans op ernstige verwondingen.
3. Grote financiële schade, kans op verwondingen, bij landurig aanhoudend effect kans op gezondheidsproblemen.
2. Ernstige comfortproblemen, niet leidend tot blijvende schade, verminderde productiviteit van gebruikers voor de duur van de effecten.
1. Mogelijk kortdurend verminderd comfort voor gebruikers, geen/lage gevolgschade.
Frequentie
Dit betreft de gemiddeld verwachte kans dat een gebrek optreedt. Door de tijd (veroudering, vervanging) kan deze factor voor een bepaald installatiedeel veranderen. Bij veroudering kan de frequentie toenemen.
5. Zeer grote kans. De verwachting is dat het effect meerdere keren per week op zal treden.
4. Grote kans. Verwachting dat het effect gemiddeld één keer per week op zal treden.
3. Gemiddelde kans. Verwachting dat het effect gemiddeld één keer per maand op zal treden.
2. Kleine kans. Verwachting dat het effect gemiddeld één keer per jaar op zal treden.
1. Zeer kleine kans. Verwachting dat het effect gemiddeld één keer per 10 jaar op zal treden.

Detectie
Dit is de kans dat een gebrek tijdig wordt opgemerkt, zodat het effect of de effecten ervan geheel of gedeeltelijk voorkomen kunnen worden.
5. Zeer kleine kans (< 5%) dat het gebrek tijdig zal worden opgemerkt.
4. Kleine kans (5-25%) dat het gebrek tijdig zal worden opgemerkt.
3. Gemiddelde kans (25-75%) dat het gebrek tijdig zal worden opgemerkt.
2. Grote kans (75-95%) dat het gebrek tijdig zal worden opgemerkt.
1. Zeer grote kans (>95%) dat het gebrek tijdig zal worden opgemerkt.

Opstellen risico- en actielijst
Op basis van de in de vorige stap toegekende risicoscores wordt in deze stap een lijst gemaakt van alle geïdentificeerde risico’s. Alle risico’s hebben een score gekregen tussen 1 en 125. De eerste stap die daarop volgt is het identificeren van mogelijke maatregelen om de risico’s die in een installatie zitten te verkleinen. Te beginnen bij het risico met de hoogste score. Dat kan bijvoorbeeld door een component te vervangen, zaken dubbel uit te voeren of door het nemen van organisatorische maatregelen. Aan die acties moeten bedragen worden gekoppeld voor uitvoering ervan. Op basis van de lijst die resulteert kan op basis van de afweging tussen risico en kosten om dit risico te verkleinen, besloten worden of de betreffende maatregel moet worden uitgevoerd. In veel gevallen zal het daarbij nodig of zinvol zijn om de ‘eigenaars’ van de kritische processen ten behoeve waarvan de installaties aanwezig zijn, hierbij ook te betrekken.

Conclusie
Voor niet kritische installaties kan de NEN2767 een goede leidraad zijn bij het opstellen van een meerjarenbegroting. Om installaties op economisch verantwoorde wijze in stand te houden is het daarbij wel nodig meer en ook dynamisch te differentiëren in de conditiescores dan meestal wordt gedaan. Voor individuele installatiedelen die zonder grote impact kunnen worden vervangen is een mindere conditie dan 3 vaak toelaatbaar, zolang de functionele prestaties nog maar kunnen worden geleverd. Ook situaties waarbij al plannen zijn om een renovatie uit te voeren kunnen een reden zijn om de conditie van installaties een lagere score dan 3 te laten hebben. Ook het belang van esthetische factoren in een bepaalde situatie moet meewegen in de beslissing op welke conditiescore moet worden gestuurd. Installatie-elementen die in het zicht zitten zullen in het algemeen een betere esthetische conditie moeten bezitten dan verstopte. En in een 5-sterren hotel zullen hieraan andere eisen worden gesteld dan in de back-office van een logistieke dienstverlener.
Voor kritische installaties is een conditiescore conform de NEN2767 zonder meer een gevaarlijke beoordelingsmethode zonder aanvullende criteria. Op basis van een risico-analyse kan worden bepaald op welke wijze een installatie moet worden behandeld.

Meer weten? Hier is een tool te downloaden waarmee een eenvoudige risico-analyse kan worden uitgevoerd. Alle stappen die hierboven beschreven zijn, kunnen daarbij ingevuld worden. Daarbij wel de opmerking om in kritische situaties, vanwege veiligheid of grote mogelijke financiële impact, altijd een specialist te raadplegen.

1 opmerking:

  1. Martijn,

    Gefeliciteerd met dit artikel. Het is super eigentijds en voorziet in een grote behoefte om de NEN2767 in een kritisch daglicht plaats. We zullen het artikel aandacht bestuderen, het tool downloaden en testen. Graag wil ik je uitnodigen om daarna een toelichting te geven bij AAFM om te kijken hoe wij ons voordeel hiermee kunnen doen.

    BVD

    Leonard van der Laken
    Manager Hard Services Solutions

    BeantwoordenVerwijderen