2 mei 2011

Gebruik van NEN2767 bij prestatiegericht onderhoud is risicovol

De NEN2767 beschrijft een methode om tot eenduidige bepaling van de conditie van bouwkundige en installatietechnische elementen. De conditie wordt omschreven met een cijfer tussen 1 en 6, waarbij 1 staat voor nieuwstaat en 6 voor niet of nauwelijks nog functioneel.

De NEN2767 is ontworpen om tot een objectieve of objectiveerbare beoordeling van de conditie van delen van gebouwen te komen. Een handig hulpmiddel waarmee discussies tussen bijvoorbeeld opdrachtgever en onderhoudsbedrijf kunnen worden beslecht. Ook is het een goed gereedschap voor eigenaren van gebouwen, bijvoorbeeld bij commercieel vastgoed, om een indicatie te krijgen van de algemene staat van onderhoud van hun panden.

De NEN2767 wordt de laatste jaren echter steeds meer gebruikt als (het enige) stuurmiddel in prestatiegedreven onderhoudscontracten ten behoeve van gebouwen en gebouw gebonden installaties. Is dat terecht?


Een reconstructie van een praktijkvoorbeeld. De casus handelt om een computercentrum. In het computercentrum draait circa 75% van de kritische primaire processen van de organisatie. De gehele dienstverlening van het bedrijf draait in en om deze computerzaal. Tijdens een warme periode valt de koeling van het computercentrum uit. De oorzaak blijkt achteraf uitschakeling door te hoge drukken in de koelsystemen. Dit kan een teken zijn dat de condensorcapaciteit onvoldoende is. Door het ontbreken van procedures en afstemming tussen de ICT- en Facilitaire afdeling van de opdrachtgever en falen van het gebouwbeheersysteem wordt deze storing pas gemeld aan het technisch onderhoudsbedrijf als al fysieke schade aan computerapparatuur is ontstaan. De ruimtetemperatuur loopt uiteindelijk op tot boven de 50 graden Celsius. De dienstverlening van het bedrijf is daardoor enkele dagen ernstig ontregeld. Het incident leidt tot een schade van honderdduizenden Euro’s.

De koelinstallatie ten behoeve van de computerzaal bestaat uit twee betrekkelijk nieuwe computer koelunits, ook wel computairs genoemd. Uit een reconstructie blijkt dat de installaties ten tijde van het incident op het eerste oog feilloos leken. Ze hebben geen beschadigingen, zien er op het eerste gezicht schoon en netjes uit, zowel de binnenunits als de condensors op het dak. Uit nader onderzoek blijkt echter dat de onderzijde van condensorunits vervuild zijn met stof en ander klein vuil, waardoor de luchtstroming meer door het condensorblok ernstig beperkt is.

Wanneer je deze situatie beoordeelt aan de hand van de NEN2767 kom je tot een conditiescore van 2 (zie tabel 1). De vervuiling is een gering gebrek dat zo’n 45% van het zichtbare oppervlak beslaat met een intensiteitsniveau ‘midden’.


GebrekVervuiling condensor
IntensiteitMidden
Omvang45% / midden
Conditiescore2

Tabel 1 Conditiescore computer koelunits


Prirma, de FM-contractor en zijn onderhoudssubcontractor hebben de verplichting om de installaties in conditiescore 3 te houden. Dus zijn hebben ruimschoots aan hun verplichtingen voldaan. De opdrachtgever is wat minder blij. Dit is niet wat hij voor ogen had met de prestatieafspraak.

6 redenen waarom de NEN2767 niet geschikt is als enige stuurmiddel

1. De ernst van gebreken volgens de norm strookt niet altijd met de werkelijke situatie.
De gebrekenlijst bestaat uit een lange lijst met generieke gebreken. Voor alle te beoordelen objecten hebben deze gebreken dezelfde ernst. Daarbij is ongetwijfeld gekeken naar de grootste gemene deler. Dat betekent ook, zoals in ons voorbeeld met de computerkoeler hierboven, dat deze classificaties niet in alle gevallen even juist zijn of zelfs pertinent onjuist. Hoewel de vervuiling zeer eenvoudig te verwijderen is, is het desondanks een (zeer) ernstig gebrek.
Voor de feitelijke correctheid van beoordelingen, zeker in kritische situaties zoals hierboven zou het beter zijn om voor elk type installatie een specifieke gebrekenlijst te formuleren. Dat zou de werkbaarheid van de norm echter sterk beperken. Daarom zou het goed zijn om voor kritische situaties specifieke aanvullende gebrekenlijsten beschikbaar te hebben.

Een voorbeeld. We nemen een pomp in een klimaatinstallatie als voorbeeld. Corrosie aan de buitenzijde van een pomp wordt als ernstig gebrek aangemerkt. Echter dit zegt in dit geval echter vrij weinig over de functionele staat van de pomp. Een pomp is doorgaans een vloeistofdicht apparaat dat bestaat uit een vrij dik, gegoten metalen huis. Corrosie aan de buitenkant zegt daardoor niets over de inwendige staat. Het zegt meer over de omgeving waarin deze zijn werk moet doen en soms ook over degene die het apparaat onderhoudt. En juist omdat pompen hun werk soms in nogal zware omstandigheden moeten doen zijn de behuizingen vaak zeer robuust uitgevoerd, waardoor oppervlakkige corrosie geen enkele invloed heeft op het functioneren.


2. Niet alle mogelijke gebreken staat in de gebrekenlijst
Zoals hierboven al genoemd is sprake van een generieke gebrekenlijst als grootste gemeenschappelijke deler. Bij de in de NEN2767-2 (gebrekenlijsten) genoemde installaties zijn veel meer gebreken te bedenken die van grote invloed kunnen zijn op het functioneren van het object. Ook hier geldt echter weer dat het toevoegen van nog veel meer gebreken de norm als generiek middel minder bruikbaar zou maken. En ook hier is het weer sterk gewenst om voor kritische objecten aanvullende gebrekenlijsten te formuleren.

Het voorbeeld van de eerder genoemde pomp illustreert dit. Er is weliswaar een ernstig gebrek ‘overmatig trillen’ opgenomen in de lijst bij het installatiedeel ‘pompen’, waarschijnlijk als indicatie van de staat van de lagers in een pomp. Echter een andere belangrijke, vaak eerdere, indicatie voor de inwendige conditie van een pomp is overmatige geluidsproductie. Vaak gaat een pomp alvorens overmatig te gaan trillen als gevolg van defecte lagers eerst duidelijk meer geluid maken. Het gebrek overmatige geluidsproductie ontbreekt echter in de gebrekenlijst. Ook dit pleit, zeker in kritische situaties, voor meer specifieke gebrekenlijsten, zoals bijvoorbeeld in de industrie gebruikt worden.

3. Het installatieoverzicht in de gebrekenlijst is niet compleet
De lijst met installaties die opgesomd staat dekt in de praktijk in volume weliswaar het grootste deel van de installaties die je kunt tegenkomen in de praktijk. Er zijn echter talloze installatiesoorten die niet genoemd staan. Aan de hand van een gelijkend of soortgelijk object kun je alsnog proberen een beoordeling te maken van de conditie van een ontbrekend object, echter de controleerbaarheid en objectiveerbaarheid daarvan zijn beperkt.

4. Beoordeling conform NEN2767 is voornamelijk visueel
Voor bouwkundige objecten is de visuele staat vaak een goede weerspiegeling van de functioneel-technische of representatieve staat van die objecten. Bij installaties is dit verband veel minder sterk. Veel objecten kunnen visueel niet zodanig beoordeeld worden dat een betrouwbaar beeld ontstaat met betrekking de werkelijke technische staat ervan. De betrouwbaarheid van een installatie is niet af te lezen aan de buitenzijde.

Een CV-ketel kan een goede conditiebeoordeling hebben, maar toch hoogst onbetrouwbaar zijn. Bepaalde aspecten, bijvoorbeeld regelelektronica, sensoren of een gasblok zijn niet visueel te beoordelen op hun conditie. Wanneer je een beeld wilt krijgen van de technische staat en betrouwbaarheid zul je moeten meten, testen. Of je moet inzicht hebben in de recente storings- en onderhoudshistorie.

5. De historie van een object wordt niet meegenomen
In conditiebepaling conform de NEN2767 is per definitie een momentopname. Het gaat logischerwijs voorbij aan het storings- en faalgedrag van een object. Dat maakt de bruikbaarheid ervan voor bijvoorbeeld vervangingsbeslissingen ook beperkt. Voor een goede beslissing op dat vlak is een goed inzicht in historische data onontbeerlijk. Een object met een goede conditiescore op basis van de norm kan een ongewenst faalgedrag hebben en andersom. Dat zijn factoren die je moet meenemen bij het maken van economisch goede beslissingen op het gebied van vervangingen.
Nu is het vastleggen van historie in onderhoudsland in het algemeen nog een probleem. Slechts een beperkt aantal onderhoudsbedrijven beschikt over systemen waar historie goed toegankelijk kan worden vastgelegd. En zelfs dan moeten individuele medewerkers de discipline hebben om zaken goed vast te leggen.

6. Installaties zijn in veel gevallen seriële systemen
Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel erin. De individuele componenten in een installatie zeggen niets over de betrouwbaarheid van het geheel. Je kunt weliswaar tot de conclusie komen dat de conditie van de componenten van een koelinstallatie zeer goed is, echter als de elektrotechnische voorzieningen die de installatie voeden ‘rammelen’, dan ‘rammelt’ de koelinstallatie qua betrouwbaarheid evenzeer. Als een koelinstallatie een 2 scoort en de elektrotechnische installatie een 5 of 6, dan kun je het koelsysteem als geheel toch onmogelijk als betrouwbaar beoordelen. Met name voor het beoordelen van kritische systemen en installaties is dit een belangrijk gegeven. Hierbij moet je verder kijken dan de individuele componenten van een bepaalde installatie. Ook de regelende en voedende installaties moeten worden beoordeeld. Een systeembenadering als aanvulling op de NEN2767 is onontbeerlijk.

Conclusie
De NEN2767 is een doordacht hulpmiddel om de conditie van onderdelen van gebouwen indicatief in beeld te brengen. Echter ten aanzien van installaties mist het de kracht om de functionele kwaliteit goed weer te geven. Een goede conditiescore op basis van de norm is geen garantie voor een goed functionerende installatie. En andersom betekent een slechte conditiescore op basis van de norm niet dat een installatie slecht functioneert, slecht onderhouden of onbetrouwbaar is.
Bij conditiebepalingen in bedrijfskritische situaties zijn aanvullende en specifieke conditiebepalingsmethoden zeer gewenst. Fanatieke voorstanders voeren aan dat de NEN2767 ruimte biedt voor eigen intepretatie, maar juist dat is bij een tool als deze norm ongewenst, omdat daarmee de objectiveerbaarheid van een conditiescore verdwijnt.

In onderhoudscontracten is de NEN2767 als enige stuurmiddel ook ongewenst. Door alleen ‘optisch onderhoud’ kan in sommige gevallen een conditiescore worden bereikt die geen recht doet aan de technische functionaliteit van een installatie. Dat dit niet in het belang van opdrachtgevers is, is duidelijk. Andersom kan een op grond van de NEN2767 slecht beoordeelde installatie uitstekend functioneren, goed onderhouden en betrouwbaar zijn.

Auteur
Ir. Martijn Franke studeerde technische bedrijfskunde aan de Universiteit Twente met als één van zijn specialisaties industrieel onderhoudsmanagement. Hij werkte bij een aantal gebouwonderhoudsbedrijven en facilitaire adviesbureaus en is nu eigenaar van onderhoudsbedrijf Aqus B.V.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten